Skip to content

Ana Karadarevic

Freelance journalist

Wil ik kinderen of niet?

Vriendin L. is zwanger van haar tweede. Ze had de smaak na de eerste spruit zo te pakken dat ze daarna riep het liefst een ‘voetbalelftal’ te willen.

Vriend C. heeft drie kinderen.

Vriendinnen K. en vriendin T. beginnen te vermoeden dat zij geen gezin willen, of dat het er gewoon niet inzit voor hen: een vaste relatie met kinderen.

Vriendinnen I. en D. hebben vaste partners, maar zijn nog niet toe aan kinderen. ‘Nog niet’ zijn de kernwoorden in de vorige zin.

Mijn zusje én mijn nichtje (beiden zijn jonger dan ik) hebben een kind.

Dit zijn maar enkele voorbeelden. In werkelijkheid ondernemen nog veel meer mensen pogingen om zwanger te raken, of ze denken er in elk geval over na. Regelmatig zie ik op Facebook foto’s van nieuwe minimensen voorbij komen.

Mijn vrienden, kennissen en ik hebben kennelijk de leeftijd bereikt waarop we serieus moeten nadenken over de levenskwestie: voortplanten of niet? Het is een vraag die mensen zichzelf onvermijdelijk gaan stellen als ze eenmaal de dertig zijn gepasseerd, al was het maar omdat vrouwen na die leeftijd minder vruchtbaar zijn dan daarvoor.

Terwijl de anderen daar hard over nadenken, of het idee zelfs al in uitvoering brengen, heb ik sinds kort een bliksemafleider. Ruim een maand geleden heeft een orthodontist een slotjesbeugel op mijn boventanden geplaatst. Ik ben de dertig gepasseerd maar zie in de spiegel een meisje van zestien als ik lach. Gezien mijn korte terugkeer naar de puberteit heb ik dan ook besloten dat ik heus wel ga nadenken over kinderen en de vraag of het me zorgen moet baren dat er niemand in mijn leven is met wie ik kinderen zou willen. Maar nu nog even niet.

Post to Twitter Post to Facebook Post to Google Buzz Post to LinkedIn